Bang


angstZeker de helft van de mensen die bij mij komt is bang. En wil er vanaf. Nog liever vandaag dan morgen. Want die angst belemmert hen om te doen wat ze willen. Om hun hart te volgen. Om nee te zeggen. Om te doen waar ze in geloven en wat ze belangrijk vinden. Ze zijn bang voor het oordeel van de ander. Bang voor de gevolgen. Bang om het hoofd boven het maaiveld uit te steken. En die angst zet ze vast. Vast in hun positie en omgeving. Vast in hun systeem. Vast aan zekerheden. Vast aan gouden koorden, vertelde een vrouw me die het vooral financieel heel goed had. En dus komen ze bij mij. Leveren ze mij gouden koorden. En willen ze nu eindelijk wel eens echt van hun angst af. De angst die hun al lang genoeg heeft vastgehouden.

Op zo’n moment word ik zelf altijd een beetje bang. Bang dat ik ze teleur moet stellen en dat ze dan weggaan. Bang dat ik ze niet kan geven wat ze zo graag willen. Helaas, geen goud voor mij.

Angst noemen we in de psychologie ook wel een negatieve emotie. Eerlijk gezegd heb ik nooit zo goed begrepen wat er zo negatief is aan angst. Ik zie mezelf in zo’n geval altijd voor een drukke snelweg om over te steken. Hoe zou ik dat doen als ik geen angst kende? Zou ik gewoon doorlopen? Gewoon de weg oversteken en ervan uitgaan dat ze wel voor me stoppen? Daar zal ik niet oud mee gaan worden. 

Kinderen zijn ook wel eens bang. Bang voor een monster onder hun bed, bang voor boeven, bang voor het donker. En wanneer ze wat ouder zijn gaat die angst meet over dingen als erbij horen, toetsen op school, of de kleren wel leuk genoeg zijn en wat anderen van hun vinden. En net zoals met de monsters onder het bed helpt het niet  om te zeggen dat het onzin is en ze gewoon moeten gaan slapen. De angst serieus nemen en even onder het bed of achter het gordijn kijken werkt over het algemeen veel beter.

Angst: ik zou niet weten hoe ik die weg moet krijgen. En ik hoop dat het jou ook niet lukt. Er zijn een heleboel dingen in het leven waar je heel terecht bang voor moet zijn. Voor boeven bijvoorbeeld. Of voor oversteken op een drukke weg. Of voor je hart volgen. Of voor je kwetsbaarheid voelen en laten zien. Alle kans dat je teleurgesteld wordt, dat het pijn gaat doen, dat het niet lukt.

Moed is niet de afwezigheid van angst. Moed betekent je angst voelen, en toch je hart volgen! 

De diagnose


blog witte jas“Mijn bedrijfsarts wil graag een diagnose”. “Wat heb ik eigenlijk?”. “Ik heb euh, ja, hoe heet dat eigenlijk ook maar weer?”

Vandaag spreek ik een jonge vrouw die zegt dat ze “volgens haar psycholoog trouwens ook een eetstoornis heeft”. Ik vraag haar wat ze daar zelf van vindt want ze klinkt niet heel erg overtuigend. Nou, ze eet niet altijd even verantwoord, soms eet ze haar aardappels gefrituurd uit een zak. En soms slaat ze ook wel wat over. En soms moet ze op maandag opnieuw naar de winkel omdat de koeken voor die week op zondag eigenlijk al op waren. Ik merk dat ze wel vaak het woord ‘soms’ gebruikt. Mijn ervaring en mijn gevoel zeggen dat dit dus ‘vaak’ is. Cliënten zeggen in de eerste instantie meestal dat het probleem best meevalt. Dat zeg ik zelf trouwens ook vaak. Het gaat best goed met me, ook al zijn de kringen onder mijn ogen niet meer grijs maar zwart geworden. 

Maar afijn, ze vind het eetpatroon zelf geen probleem. En al helemaal geen stoornis. Uiterlijk lijkt er ook niet echt iets te zien van een verstoord eetpatroon. Goede bmi, ik word bijna jaloers. 

De diagnose. Met vragenlijsten, gesprekken en multidisciplinair overleg (het liefst zonder de betrokkende zelf) kijken we wat er aan de hand. Een eetstoornis. Een depressie. Een dysthyme stoornis. Een obsessief compulsieve stoornis. Wat overigens heel wat anders is dan een obsessief compulsieve persoonlijkheidsstoornis, zoals je begrijpt. Met dit soort termen snap ik wel dat de cliënt zelf zomaar vergeet wat ‘ie ook maar weer heeft. 

Een stoornis die iemand zelf niet (h)erkent maar wel voor behandeld moet worden, daar word het voor mij lastig. En ik vind het ook lastig wanneer een huis- of bedrijfsarts mij glazig aankijkt als ik zeg dat de persoon heel bang is, maar dat alles duidelijk lijkt te worden wanneer het een ongespecificeerde angststoornis heet. Ik ben bang dat ik dat niet goed kan volgen. Ik vind het lastig wanneer iemand een behandeling uitstippelt en de persoon daar niet in meeneemt. Iemand die niet start bij de persoon maar die moeilijke woorden gebruikt en daarmee voor bepaalt wat er gedaan moet worden. 

De diagnose. Schijnaar een onmisbaar onderdeel voor de behandelaar om de zorg te verantwoorden en te bepalen hoe vaak er waaraan gewerkt moet worden. En wanneer je klaar bent. Persoonlijk werk ik liever vanuit het verhaal van de cliënt. Zijn waarheid, haar probleem, de lastige dingen in het leven van die persoon. Dat lijkt mij een stuk werkbaarder dan onderworpen te worden aan de mening en visie van een (figuurlijke) witte jas. 

Maar misschien zegt dat alles over mij. Misschien heb ik gewoon ODD; een oppositioneel-opstandige stoornis. 

Realistische gedachten


realistische gedachten

Af en toe loop ik mijn praktijk uit en verbaasd het me dat mensen bij me terug komen. Vandaag was ook zo’n dag. Over het algemeen ging het redelijk maar de laatste twee gesprekken verliepen niet echt soepel. Ik was veel te sturend, veel te verklarend en veel te veel met mezelf bezig. De grote, alwetende Rogier die wel even vertelt hoe hun wereld in elkaar zit en wat ze moeten doen. En blijkbaar geloven ze het ook nog, want ze maken gewoon een nieuwe afspraak.

Ik loop de deur uit en voel me niet zo best. In mijn hoofd komen een aantal collega’s voorbij die stuk voor stuk de boel beter voor elkaar hebben dan ik. Gelukkig kennen mijn cliënten die niet, want dan kan ik de boel wel sluiten. Misschien moet ik al mijn cliënten maar doorsturen en de deur sluiten. Een ander baantje zoeken. Een baan waarin ik niet zoveel kwaad kan; hoewel ik niet zou weten wat dat zou moeten zijn.

Ik denk dat ik me ongeveer net zo voel als de vrouw (meisje) die vanochtend bij me was. Ze is 22 jaar en voelt zich waardeloos. Een hopeloos geval met wie het wel nooit iets zal worden, deelt ze mij mee. Ze heeft al van alles geprobeerd om daarvan af te komen. En ze vertelt me dat deze gedachten helemaal niet realistisch zijn. En ze probeert om er een meer realistische gedachte tegenover te zetten. Dat heeft ze vast in een boek gelezen. Of gehoord van een hulpverlener.

Deze vrouw heeft in haar leven al meer meegemaakt dan ik, terwijl ik toch 2 x zo oud ben. Het meeste wat ze heeft meegemaakt is, om kort te zeggen, verschrikkelijk. Traumatisch heet dat dan als je daarvoor heb gestudeerd. Als je van jongs af aan zo behandeld bent dan voel je je vanzelfsprekend belabberd. Waardeloos, hopeloos en kansloos. En het meeste wat ze in haar leven gezien en ervaren heeft, bevestigt dat. Dus haar negatieve zelfbeeld is volkomen realistisch. Logisch, verklaarbaar en helemaal waar. Ze kan natuurlijk proberen om daar een andere, meer realistische gedachte tegenover te stellen, maar dat lukt natuurlijk niet. Niets is meer realistisch dan dit. En het feit dat de hulpverlener hier anders tegenaan kijkt, doet daar niks aan af. Sterker nog, ongewild worden haar gedachten weer bevestigd. Zelfs deze simpele opdracht kan ze niet: “zie je wel; word nooit wat”.

Ik heb het ook. Ik weet best dat een aantal mensen blij is om bij mij te komen en er ook echt wat aan heeft. En toch, voelt het niet altijd zo. Toch voel ik me soms ontzettend tekort schieten. Ik vind het een verschrikkelijk gevoel, maar het is er wel. Ik doe niet altijd alles goed. Sessies mislukken, ik zit er soms helemaal naast. En dat voelt beroerd. En mag het? Mag ik mislukken? Mag ik me waardeloos voelen? Mag ik gewoon voelen wat er is; zo realistisch als het voor mij is?

Pas dan, en alleen dan, ontwikkel je zelfbewustzijn en zelfvertrouwen. Zo realistisch als wat. 

Kussens

kussensZe is begin 30 heeft 2 kinderen, een man en een leuke baan. Weinig aan de hand zo op het oog, maar toch komt ze bij mij voor een kennismaking. Ze is vaak moe en chagrijnig en kan om het minste of geringste uitvallen. Vooral tegen haar man en kinderen. Hulp heeft ze al gehad, maar tot nu toe zonder al teveel resultaat. 

Ze is nogal perfectionistisch en vindt het moeilijk om los te laten. Voor haar betekent het dat haar huis op orde zijn, de kinderen netjes op school, de relatie goed en ga zo maar door. Met de psycholoog had ze daar vooral aan gewerkt. Ze had ook verschillende opdrachten gekregen. De psych had op enig moment aangegeven dat ze misschien de kussens op de bank gewoon een keer juist niet recht moest leggen. Maar ja, dat lukte dus niet echt. En aan dat soort tips had ze trouwens ook niet echt wat, vertelt ze me bijna schoorvoetend. 

Ik merk dat ik me opwind. Er zijn dus blijkbaar nog steeds hulpverleners die dit soort dingen zo aanpakken. Alsof deze vrouw dat niet zelf al eens had bedacht. En waarschijnlijk ook al 725 x heeft geprobeerd. En even zovele keren mislukt. Alsof dat ook het probleem is. 

Ik probeer mijn eigen gevoel even te parkeren en luister naar haar verhaal. Een verhaal waarin heel duidelijk word dat ze het niet makkelijk heeft gehad bij haar thuis. Veel gedoe. Heel veel gedoe. Als oudste kind droeg ze al snel de zorg voor huishouden en haar kleine broertjes. Zij ruimde op wanneer haar ouders er niet waren of hiertoe niet in staat waren. Zij nam haar broertjes mee naar buiten of naar boven wanneer het beneden weer eens knalde. Niet meer veilig was om te zijn. Voor een kind van 5 a 6 jaar is dat wel een hele grote verantwoordelijkheid. 

Ik realiseer me dat het geen wonder is dat je op die manier het jezelf eigen maakt om te zorgen dat het goed loopt. Dat je goed om je heen kijkt wat er nodig is en dat gaat doen. Goed kijkt wat er van je verwacht wordt. Dat was de enige manier om er een heel klein beetje voor te zorgen dat het nog enigszins te doen was thuis. Wat moest je anders. Wat moet je anders. 

Waar heeft deze vrouw moeten leren wat loslaten is? Hoe had ze dat ooit kunnen doen? Ze heeft alleen gezien dat de boel in het honderd loopt wanneer ze dat niet doet. En natuurlijk speelt dat nu niet meer. Ze heeft een lieve man en het gaat best goed. Maar loslaten, tja dat gaat niet zomaar. Dan moeten we eerst maar eens goed kijken naar dat wat je vasthoud. En dat je daar een hele, hele goede reden voor hebt. Of in ieder geval had.  

Want onder dit loslaten zit een groot probleem. En wanneer dat niet aangepakt word zal ze dat nooit kunnen leren. De kussens een keer niet recht leggen werkt alleen maar averechts. Ik merk dat ik me nog steeds opwind. Ik kan blijkbaar ook niet goed loslaten. Zelfs niet als ik weet hoe het zit en hoe het werkt. 

Ik merk dat ik het moeilijk vind om dit kussen scheef te laten liggen. 

Reflaction

Straussplein 5
8031 AE Zwolle

 

Espelerweg 26
8303 HZ Emmeloord